Drie Hongaarse zusjes die niet naar school werden gestuurd, maar van hun ouders een gedegen brede opleiding kregen. Met het accent op schaken, maar de algemene ontwikkeling bleef niet achter.
Dat vrouwen niet zouden kunnen schaken wordt hier, wijzend naar hun eigen resultaten, overtuigend weerlegd.
Andrya Fuderer, geboren 13 mei 1931 in Joegoslavië was een reken- schaak- en muziekwonderkind.
In 1948 won hij van de Nederlander Lodewijk Prins in een toernooi te Roska Slawina. Prins speelde destijds reeds als een grootmeester en daarom werd Fuderer hier wel bekend. Zeer interessant om te zien hoe eenvoudig en goed hij speelde.
Voor degene die de eerste beginselen van het schaakspel onder de knie wil krijgen, zijn er gelukkig vele goede boeken die hem of haar de weg kunnen wijzen. Weinig daarvan kunnen echter bogen op zo'n langdurig en veelvuldig succes als ''Oom Jan'', die sinds zijn verschijning door zijn vehalende schaaklessen een onafzienbare schare schakers aan zich heeft verplicht. ''Oom Jan'' is in de eerste plaats bestemd voor jongeren en liefst voor hen, die nog nooit een schaakstuk hebben aangeraakt en daardoor niets hebben 'af te leren' maar slechts hebben 'aan te leren'. Door de verhaaltrant te gebruiken is het onder andere mogelijk het betrekkelijk willekeurig van de spelregels voor de jeugd aannemelijk en towegankelijk te maken. In negentien hoofdstukken leren Max Euwe en Albert Loon de aspirant-schaker spelenderwijs de geheimen van het schaakspel.
Dit boekje gaat over de plaats van de stukken en pionnen in het middenspel. Algemene regels zijn daarvoor nauwelijks te geven. Toch worden deze hier gegeven, aan de hand van eenvoudige voorbeelden. Omdat er op de regels veel uitzonderingen zijn, wordt het moeilijker, maar ook interessanter. Aanbevolen!