De trend is dat kinderen op steeds jongere leeftijd leren schaken. Voor kinderen van ca. 6-8 jaar zijn daarom twee aparte werkboeken verschenen waarbij de opgaven zijn aangepast aan de leeftijdsgroep. Deze werkboeken overlappen natuurlijk ten dele met de gewone eerste stap. Deel 1 loopt tot en met les 6 uit de handleiding, deel 2 begint met mat.
Wat zijn de verschillen met het gewone werkboek Stap 1?
De trend is dat kinderen op steeds jongere leeftijd leren schaken. Voor kinderen van ca. 6-8 jaar zijn daarom twee aparte werkboeken verschenen waarbij de opgaven zijn aangepast aan de leeftijdsgroep. Deze werkboeken overlappen natuurlijk ten dele met de gewone eerste stap. Deel 1 loopt tot en met les 6 uit de handleiding, deel 2 begint met mat.
Wat zijn de verschillen met het gewone werkboek Stap1 ?
In de eerste stap worden alle spelregels van het schaken behandeld. Veel aandacht is er daarnaast voor de basisvaardigheden die nodig zijn om het spel te spelen.
In vergelijking met andere leerboeken kent de stappenmethode een unieke leerstofvolgorde. Het aanleren van mat wordt zolang mogelijk uitgesteld. Dat wekt aanvankelijk verwondering en zelfs ongeloof maar de praktijk heeft inmiddels bewezen dat deze aanpak voortreffelijk werkt. Kinderen leren echt goed schaken, zeker als hun tussentijds genoeg tijd wordt gegund om veel te spelen. De `eerste stap` bestaat uit een handleiding en een werkboek.
Het extra werkboek staat vol met louter oefeningen. In de eerste helft van het werkboek staan de opgaven met dezelfde onderwerpen als in het gewone werkboek van stap 1.
In de tweede helft van het boek staan 26 bladzijden met opgaven van het type: mix.
De inhoud van het werkboek stap 1 Plus. Met min of meer nieuwe onderwerpen:
mat in één (aftrekschaak, röntgendekking), dekken (röntgendekking), vrijpion
verdedigen tegen mat, verdedigen tegen een vrijpion.
Verdieping van al behandelde onderwerpen:
Verdedigen, Verschillende vormen van dekken en weggaan, Remise, Patgevaar! Het voorkomen en vermijden van pat, Mat in één, Verschillende vormen met indirecte dekking, Mat bedenken, Verschillende vormen van het bedenken van mat, Verdedigen tegen mat, Materiaal winnen, Route spelletjes, Vaardigheidsoefeningen (Geef schaak, ga naar het juiste veld, insluiten, sla alle stukken)
In de tweede stap begint het `grotere` werk. Na de spelregels en de basisvaardigheden van de vorige stap staan nu de eerste beginselen van tactiek en positiespel op het programma. We leren aanvalstechnieken aan om op slimme wijze materiaal buit te maken.
Tactiek speelt een grote rol in het schaken. Tactische mogelijkheden komen bij gevorderde schakers voort uit goed positiespel, bij een tweede stapper komen ze eenvoudig uit de lucht vallen. Alle partijen op dit niveau worden door tactiek beslist en daarom is het logisch aan dit onderdeel veel aandacht te besteden.
Positiespel is voorlopig nog sterk ondergeschikt aan de tactiek. Het probleem is dat zelfs de eenvoudigste positionele begrippen nog veel en veel te hoog gegrepen zijn. De eerste aanzet wordt gegeven in de tweede stap maar de eerste tijd kunnen positionele elementen beter bij de bespreking van partijen van de kinderen naar voren komen. De `tweede stap` bestaat uit een handleiding en een werkboek.
In het extra werkboek staan 54 pagina's met opgaven, In totaal 617 opgaven. Er is een geheugensteun met richtlijnen voor het oplossen van de mixpagina's.
Allereerst komen de oefeningen met bekende thema's uit Stap 2 en een heel enkele uit de eerste stap op een hoger niveau.
Voor de derde stap is kennis van de tweede onontbeerlijk, maar verder is de derde niet echt moeilijker.
De tactiekonderwerpen zijn relatief gemakkelijk en ook de lessen over de verdediging tegen tactiek zullen geen problemen opleveren. Alleen het insluiten is lastig. Het is te vergelijken met mat zetten, alleen is nu niet de koning maar een ander stuk de klos.
Verder is er aandacht voor de eerste pionneneindspelen. Voor sommigen kinderspel maar voor leerlingen die nog problemen hebben met ruimtebeheersing een zware dobber.
In deze stap beginnen we met het aanleren van ondersteunende vaardigheden. Een daarvan is het `vooruitdenken`. De leerling rekent uit zijn hoofd de mogelijkheden op het bord uit en visualiseert (het voor de geest halen van de stelling) tegelijkertijd de nieuw ontstane situatie op het schaakbord. De beheersing van deze vaardigheid verschilt per leerling enorm.
In het extra werkboek van stap 3 staan 54 pagina's met in totaal 619 opgaven. Allereerst komen de oefeningen met bekende thema's uit Stap 3. De laatste 26 bladzijden zijn toetsen. Er is een geheugensteun met aanwijzingen voor het maken van de toetsen.
De inhoud van het werkboek stap 3+: Min of meer nieuwe onderwerpen zoals: minorpromotie, de tussenzet, de randpion. Verdieping van (summier) behandelde onderwerpen zoals:klein plan, uitschakelen verdediging, mat, opening, röntgen, Verdedigen tegen mat, gepende stukken, het vierkant, aftrekaanval.
De moeilijkheidsgraad van de stof in de vierde stap ligt hoger dan die van de derde. Een goede beheersing van de derde stap is dan ook een absolute vereiste! De tactiek staat voor een groot deel in het teken van de voorbereidende zet. Alle bestaande voorbereidingen komen aan bod: lokken, uitschakelen verdediging, jagen, richten en ruimen. Langzamerhand spelen ook positionele aspecten meer en meer een (bescheiden) rol in de partijen van een vierde stapper. Dergelijke vage onderwerpen zijn goed aan de hand van het eindspel over te brengen. De lessen over materieel voordeel en eindspelstrategie bevatten veel strategische zaken. Verder zorgt de les over zwakke pionnen ervoor dat leerlingen iets bewuster met hun pionnen spelen. Hetzelfde geldt voor de les over de opening. Overigens blijft de behandeling van positionele factoren het best te verwezenlijken bij de bespreking van de partijen van de leerlingen.
In het extra werkboek stap 4 staan 54 pagina's met in totaal 617 opgaven.Allereerst komen de oefeningen met bekende thema's uit Stap 4 aan de orde. Verder enkele thema's uit een lagere stap maar met de moeilijkheidsgraad van de vierde.De laatste 26 bladzijden zijn toetsen. In een geheugensteun staan richtlijnen voor het oplossen van opgaven zonder themaaanduiding.
Hoe hoger de stap, des te meer onderwerpen de moeite waard zijn om te behandelen. In dit deel besteden we aandacht aan de opening, het middenspel en eindspel, zowel op strategisch als tactisch gebied.In de stap 4 Plus versie worden o.a. nieuwe onderwerpen behandeld. Ook onderwerpen die door plaatsgebrek maar weinig aandacht hebben gekregen in de 'normale' stappen, komen aanbod. Verder worden onderwerpen uit een vorige stap verder uitgediept.
De handleiding van stap 5 is voor groepstraining de laatste in de reeks.
De aandacht voor tactiek is in deze stap bescheidener dan in de vorige stappen, al blijft zij in partijen van de leerlingen een hoofdrol spelen. Positionele aspecten spelen een steeds grotere rol voor de vijfde stapper. De lessen over pionstructuur, zevende rij, sterk veld en open lijn bevatten veel strategische zaken.
Planmatig spel is belangrijk bij het schaken en het is een onderdeel van enkele lessen over het eindspel. Die laten zien hoe belangrijk samenwerking van stukken is en hoe relatief de puntentelling van schaakstukken kan zijn. De les `Verdedigen` besteedt aandacht aan aspecten die bij vrijwel alle leerlingen onvoldoende gebruikt worden.
De vijfde stap bestaat uit zestien lessen en bevat in totaal 505 opgaven.
In het extra werkboek staan 53 pagina's met in totaal 602 opgaven, Er is een bladzijde met doorbraakpatronen en een geheugensteun met richtlijnen voor het oplossen van de mixpagina's.Allereerst komen de oefeningen met bekende thema's uit Stap 5 en een enkele uit een lagere stap op een hoger niveau aan de orde.De laatste 26 bladzijden zijn toetsen.
De inhoud van het werkboek stap 5+: Min of meer nieuwe onderwerpen:Koning in het midden, dame-eindspel, eeuwige penning, loper tegen pion, zetdwang Verdieping van al eerder behandelde onderwerpen:Klein plan, Pionneneindspel, Verkeerde loper, Kwetsbaarheid, Verdedigen.
Schaaktrainers voor de hogere stappen zijn er niet veel en zeker niet voor de 6e stap. Dat is de voornaamste reden dat de doelgroep van het boek is gewijzigd. Het is geen handleiding voor de trainer meer, maar een zelfstudieboek voor iedereen.
De moeilijkheidsgraad van de stof ligt weer een stapje hoger. De oplossingen van de opgaven zijn weer een zet dieper. Er is veel aandacht voor strategie. Dat blijkt en blijft een lastig onderwerp voor iedereen, zeker de opgaven in het werkboek. Ook het eindspel komt in vele hoofdstukken terug. Studie ervan is een goede manier om de speelsterkte te verhogen. Slechts in één hoofdstuk komt de tactiek aan bod.